Vis uit de woestijn

Israël is al decennia lang toonaangevend in het vruchtbaar maken van de woestijn. Maar nu komt een nieuwe ontwikkeling tot leven: er zit water diep onder het droge zand. Water dat gebruikt wordt voor het kweken van…vis!.

Met een enorme Australische zeebaars in zijn handen, zei Amit Ziv: ‘Hiervan verkopen wij 150 ton per jaar.’ Ik ben nu niet op de visafslag van Urk, maar het diep in de Negeb-woestijn, zo’n zestig kilometer ten zuiden van Be’erscheva en tweehonderd noordelijk van Eilat. In de wijde omgeving zijn alleen maar duinen met gelig zand en grint te zien. Het land is zo droog als perkament en toch komt hier dankzij de ondernemende en inventieve geest van de Israëli’s vis vandaan. Want, en daar draait het om, er zit wel degelijk water diep onder de woestijn. Op zeshonderd meter diepte weliswaar. Het water is brak en heeft een temperatuur van 37 graden, maar met veel onderzoek bleek je hiermee best iets te kunnen doen. Sommige zoutwatervissen gedijen erin en ook sommige gewassen. Want, en ook dat is bijzonder, in de kibboets Mashabe Sade, gaat niets gaat verloren. Het water uit de visvijvers wordt later gebruikt voor de bevloeiing van landbouwgronden. ‘Want’, zegt Amit, ‘vissen drinken geen water, ze leven er alleen maar in.’ Het organische vuil dat de vissen in het water achterlaten, blijkt juist prima als mest te werken als het gebruikt wordt om olijf- en jojoba plantages te bevloeien.

Israël geeft hiermee een boodschap van hoop aan mensen die leven in droge landen en vaak tot de armste van de wereld behoren. Deze woestijn-aquacultuur wordt nu aangeboden aan landen als Tanzania, India, Australië en China. Ongeveer gelijke methoden van ‘fishfarming’ worden al gebruikt in de Sonoran Desert in Arizona, VS. Omdat de Israëlische regering het vissen in de Rode Zee vanuit Eilat verbood, om de koraalriffen te beschermen, kreeg de ontwikkeling van fishfarms in de woestijn een extra impuls, want in Galilea waren al lang visvijvers.

Eén bak met vis geeft evenveel voedsel als twintig koeien
Amit, de leider, vertelt me hoe hij in deze kibboets werd geboren en hier opgroeide. Hij werkt hier met slechts vier man en produceert enorme hoeveelheden talapia, zeebaars en andere soorten. De voedingswaarde is hoog: een ronde visvijver met volgroeide vissen levert evenveel eiwitrijk voedsel op als twintig koeien! Hij was vorig jaar in Nederland op bezoek om meer te weten te komen over visvijvers, want het systeem is uiterst precies. Piepkleine talapia-tjes van 0.25 gram, worden gevoed met dierlijk voedsel dat met een kleine lopende band wordt aangevoerd. Het zijn carnivoren, dus als ze groeien moeten ze tijdig op maat gescheiden worden anders eten de grotere visjes de kleinere op. Ze zwemmen in ronde vijvers in een soort kas met een groen plastic dak. Ik zie een cirkelvormige net met een menigte oranje vissen. Er vloeit water in de bak en er wordt de lucht ingespoten voor meer zuurstof. Dat water komt uit 600 m (!) diepte en heeft een zoutgehalte van 1500 gram. In vergelijking: zeewater heeft een zoutgehalte van 35000 gram. Als de vissen groot genoeg zijn gaan ze in grotere vijvers in een andere ‘kas’ om daar verder te groeien.

Als ik Amit vraag of ik een grote vis kan fotograferen, pakt hij een net, gooit dat handig in het water en haalt meteen twee enorme zeebaarzen naar boven. ‘Het voordeel is ook dat we geen ziekten binnenkrijgen, omdat het water dat diep uit de woestijnbodem komt bacterievrij is. Samuel Appelbaum, een vis-bioloog van de Ben-Gurion Universiteit van de Negeb zei: ‘We moeten ermee ophouden te denken dat droog land nutteloos land is. We moeten land waar water onder de oppervlakte zit beschouwen als land met grote mogelijkheden, speciaal voor voedselproductie. Ook omdat er zoveel van deze gebieden bestaan en het mogelijkheden schept voor haar bewoners.’ Met dit alles vormt Israël weer het speerpunt van de vernieuwing, want de zee is bijna leeggevist en de vraag naar eiwitrijk voedsel groeit. Recycling is aan de orde van de dag en het onmogelijke blijkt haalbaar. Zoals Ben Gurion ooit zei: ‘Moeilijke dingen doen we snel, maar onmogelijke dingen nemen even meer tijd.’